Openbaar vervoer in Vlaanderen – begin 2022

Misschien hoorde je het wel al op de radio of tv of las je het in de krant. De vorige Vlaamse regering keurde een nieuw decreet goed (“basisbereikbaarheid’) dat het mobiliteits- en openbaar vervoersverhaal in Vlaanderen grondig zal hertekenen. Ondanks nog niet alles helemaal duidelijk is, staan de voornaamste principes al vast. In december 2020 zou alles er helemaal anders komen uit te zien. intussen gaf de nieuwe minister van mobiliteit aan dat het proces vertraging heeft opgelopen en we de implementatie pas begin 2022 mogen verwachten. (Meer lees je hier.) We schetsen je kort even hoe de zaken ervoor staan!

Basisbereikbaarheid

Basisbereikbaarheid vervangt het huidige decreet ‘basismobiliteit‘. Bij basismobiliteit vertrekt het openbaar vervoersmodel van een aanbod voor iedereen. Vandaag wordt voor elk woongebied in Vlaanderen een aanbod voorzien (op max. 750 m), ongeacht de grootte van de vervoersvraag. Hierdoor rijdt de bus soms met een kleine bezetting of rijdt hij helemaal niet, omdat de bestemming geen woongebied is (bv. ziekenhuis of bedrijventerrein).

Basisbereikbaarheid zal vanuit een volledig ander principe vertrekken en op basis van de werkelijke vraag middelen efficiënt inzetten. Het juiste voertuig op de juiste plaats op het juiste moment dus. Basisbereikbaarheid staat, kort samengevat, voor het kunnen bereiken van belangrijke maatschappelijke functies, op basis van een vraaggericht systeem en met een optimale inzet van vervoers- en financiële middelen. 

Binnen basisbereikbaarheid staat de term ‘combimobiliteit‘ centraal: dat is reisgedrag waarbij je meerdere vervoersmiddelen met elkaar combineert om op je bestemming te geraken. Dit komt dus bijvoorbeeld neer op het overstappen van de fiets op de trein of rijden met de wagen tot aan een park-and-ride en vervolgens de tram of deelfiets nemen naar het stadscentrum. Het gebruik van de verschillende vervoersmiddelen (openbaar vervoer, fiets, auto, step, vrachtwagen etc.) wordt in de toekomst beter op elkaar afgestemd en uitwisselbaar gemaakt. 

15 vervoerregio’s

Om dit alles te kunnen realiseren, krijgen de gemeenten en steden een grote rol. Gemeenten worden samen met de gewestelijke mobiliteitsspelers (Agentschap Wegen en Verkeer, De Lijn, De Vlaamse Waterweg en het Departement Mobiliteit en Openbare werken) en eventueel de provincie uitgenodigd  om de mobiliteitsuitdagingen voor hun regio aan te pakken. Dit doen ze in de vervoerregioraad. Die wordt voorgezeten door een politieke voorzitter van één van de gemeenten en door een voorzitter van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (Vlaanderen).

Vlaanderen wordt ingedeeld in 15 vervoerregio’s: 

Aalst
Antwerpen
Brugge
Gent
Leuven
Kempen
Kortrijk
Limburg
Mechelen
Oostende
Roeselare
Vlaamse Ardennen
Vlaamse Rand
Waasland
Westhoek

De vervoerregio gaat voor een gezamenlijke aanpak op alle mobiliteitsterreinen: 

  • Samen bepalen ze de investeringsprioriteiten voor de fiets, de weg en de waterweg. 
  • Ze duiden de werkpunten aan voor betere verkeersveiligheid en doorstroming van de bus. 
  • En ze tekenen ook samen het openbaar vervoer uit, dat verder kan gaan dan enkel bussen en trams. Ook deelfietsen, deelauto’s, openbaar vervoer-taxi’s, buurtbussen, dorpsauto’s… en mindermobielenvervoer zullen binnenkort hun rol vervullen binnen het openbaar vervoer. 

Vandaag gebeurt de afstemming van dit alles vaak naast elkaar en met weinig tot geen inspraak van de lokale besturen. Uiteindelijk zal het werk in de vervoerregioraad resulteren in een geïntegreerd regionaal mobiliteitsplan per vervoerregio.

Nieuw openbaar vervoersmodel

Basisbereikbaarheid is initieel ontstaan door de vraag naar een beter en efficiënter openbaar vervoer. Pas later in het denkproces werd dit uitgebreid tot een volledig nieuw mobiliteitsverhaal

Het nieuwe vraaggestuurde openbaarvervoernet zal bestaan uit vier lagen. Elke laag binnen het openbaar vervoer heeft een specifieke rol en de vervoerlagen worden optimaal op elkaar afgestemd.

  • Het treinnet

Het treinnet is de ruggengraat van het openbaar vervoer in Vlaanderen. Een goede afstemming tussen Vlaanderen en de NMBS rond verbindingen, knooppunten en kwaliteitsvereisten is een vereiste.

  • Het kernnet

Het kernnet is de vervoerslaag die inspeelt op de hoge vervoersvraag op grote mobiliteitsassen. Het is een netwerk van vast, lijngebonden openbaar vervoer. De bussen en trams van het kernnet rijden tussen de grote woonkernen en centraal gelegen attractiepolen zoals bijvoorbeeld scholen, sport- en recreatiecentra, ziekenhuizen en handelscentra. Het kernnet wordt afgestemd op het treinnet. 

Dit vervoer zal tot nader order uitgevoerd worden door De Lijn, net zoals het aanvullend vervoer.

  • Het aanvullend net

Het aanvullend net bestaat uit de bussen tussen kleinere steden en gemeenten. Het zorgt voor de aanvoer naar het kernnet en het treinnet. Ook het woon-werk-verkeer en het woon-schoolvervoer dat alleen tijdens de spitsuren bestaan, kunnen deel uitmaken van dit net. 

  • Het vervoer op maat

Het vervoer op maat is de vervoerslaag die inspeelt op specifieke individuele mobiliteitsvragen van personen die geen toegang hebben tot de andere vervoerslagen wegens doelgroep (bv. mindermobiel), locatie (bv. landelijk gebied met weinig vervoersvragen) of tijdstip. Concreet gaat het om collectief aangeboden vervoer dat reizigers vervoert op afroep, bijvoorbeeld een openbaar vervoer-taxi of buurtbus. Ook het aanbod aan verschillende deelsystemen (deelfietsen, -auto’s…) kan aangeboden worden en deel uitmaken van het vervoer op maat. Het vervoer op maat zal uitgevoerd worden door andere, lokale (al dan niet private) initiatieven. 

Via de mobiliteitscentrale zal je een rit kunnen reserveren voor het vervoer op maat. Die helpt je bij het plannen van je verplaatsing. Zo kom je te weten met welk vervoersmiddel je je het best verplaatst en waar je moet overstappen. Een voertuig komt je ophalen bij de dichtsbijzijnde halte. Op langere termijn kan je bij de centrale je ticket kopen voor je volledige verplaatsing met verschillende vervoersmiddelen. De mobiliteitscentrale zal je gratis kunnen raadplegen via de telefoon, een app (smartphone) of een website. 

Ook alle doelgroepen, zoals personen met een beperking of mindermobiele reizigers, die vandaag de Mobiliteitscentrale Aangepast Vervoer raadplegen, kunnen terecht bij de toekomstige mobiliteitscentrale. Zij kunnen een rit reserveren waarbij ze worden opgehaald aan de deur en vervoerd tot aan hun bestemming. De mindermobielencentrales of andere diensten die met vrijwilligers werken worden momenteel niet meegenomen in het vervoer op maat.

Wat verandert er voor jou?

  • Het aanbod aan mogelijkheden om je te verplaatsen zal er anders uit gaan zien. Combimobiliteit wordt gestimuleerd door het uitbouwen van vervoersknooppunten (lees hier meer: mobipunten) en de afstemming tussen de verschillende vervoersmiddelen. Je zal voor jouw verplaatsingen vaker verschillende vervoersmiddelen moeten gebruiken. Om bepaalde bussen te kunnen nemen zal je je bijvoorbeeld moeten verplaatsen met voor- en natransport zoals de fiets of vervoer op maat.
  • Gebieden met een kleine vervoersvraag worden in de toekomst bediend door het vervoer op maat (buurtbussen, openbaar vervoer-taxi’s, deelfietsen, deelauto’s of andere middelen). We weten nog niet hoe dat eruit zal komen te zien. Maar omdat de budgetten tot voor kort (de nieuwe Vlaamse regering spreekt van 30 miljoen extra middelen!) vrij klein waren, hopen we dat heel wat mensen hier de dupe niet van worden.
  • Je zal wellicht geen gebruik kunnen blijven maken van louter je 65+ abonnement van De Lijn. Vervoersregio’s mogen zelf hun tarievenbeleid bepalen. Je zal dus niet overal hetzelfde betalen voor het vervoer, dat in die regio aangeboden wordt. Wij vinden dat bijzonder jammer en onduidelijk voor reizigers. Men probeert wel een geïntegreerd ticketsysteem te introduceren, waarbij je met één pasje (zoals de MOBIB-kaart nu), een app of ticket meerdere vervoersmodi kan gebruiken, zonder telkens een nieuw ticket te moeten kopen.
  • Hoe alles er concreet uit komt te zien, kunnen we je nu nog niet vertellen. 11 vervoerregio’s zijn begin 2019 opgestart en maken op dit moment hun mobiliteitsplan op. 4 regio’s (Aalst, Mechelen, Westhoek en Antwerpen) hebben reeds hun eerste stappen gezet via een proefproject. In het voorjaar van 2022 wordt basisbereikbaarheid in heel Vlaanderen uitgerold.   
  • Wil je meer weten, ga dan eens ten rade bij jouw burgemeester, schepen van mobiliteit of mobiliteitsambtenaar in jouw gemeente of stad. Zij zijn het beste op de hoogte van de toekomst van het vervoer bij jou in de buurt.

Na dit decreet zullen nog heel wat uitvoeringsbesluiten volgen. Zij zullen meer duidelijkheid scheppen.

Plaats een reactie