Wat met je inkomen na overlijden?

Sterft je partner, kan je in aanmerking komen voor een overgangsuitkering of overlevingspensioen. Vanaf 1 januari 2020 heeft een weduwe of weduwnaar die jonger is dan 47 jaar en zes maanden recht op een overgangsuitkering. Wanneer je ouder bent, heb je recht op het overlevingspensioen. De leeftijd van 47 jaar en zes maanden wordt ieder jaar met zes maanden opgetrokken. Tegen 2025 is het einde van deze hervorming bereikt en ligt de leeftijd vast op 50 jaar.

Naast de leeftijdsvoorwaarde moet je ook gehuwd zijn op het ogenblik van het overlijden. Wettelijke samenwoning is hier niet mee gelijkgesteld. Normaal geldt dat je minstens één jaar gehuwd moet zijn geweest. Maar er bestaat een afwijking op deze termijn als je huwelijk onmiddellijk werd voorafgegaan door een periode van wettelijk samenwonen, wanneer er een kind geboren is uit je huwelijk, het overlijden te wijten is aan een ongeval of is veroorzaakt door een beroepsziekte. Het recht op het overlevingspensioen of de overgangsuitkering vervalt echter wanneer je hertrouwt.

Het gemeentebestuur verwittigt automatisch de Pensioendienst via de kruispuntbank nadat je aangifte hebt gedaan van het overlijden. Eventuele moeilijkheden in de overbruggingsperiode kunnen opgelost worden via het OCMW door het toekennen van voorschotten.

Het overlevingspensioen

Als je echtgeno(o)t(e) overlijdt en je bent ouder dan 47 jaar en zes maanden heb je misschien recht op een overlevingspensioen. Het wordt berekend en uitgekeerd op basis van de beroepsloopbaan van de overledene. De berekening verschilt volgens het pensioenstelsel, maar is steeds gebaseerd op de prestaties en de stortingen die door de overledene gedaan werden.

Als je zelf nog actief bent op de arbeidsmarkt mag je in principe geen sociale uitkering ontvangen of beroepsactiviteit uitoefenen. Bij wijze van overgang mag je het overlevingspensioen wel gedurende één jaar combineren met een werkloosheids- of ziekte-uitkering, SWT, alsook met een uitkering wegens loopbaanonderbreking. Een beroepsactiviteit uitoefenen kan eigenlijk ook maar je inkomen is beperkt en mag de grens van toegelaten arbeid niet overschrijden.

Het overlevingspensioen krijg je onbeperkt in de tijd. Had je geen eigen loopbaan, zal dit dus het inkomen zijn waarmee je het de rest van jouw leven moet doen. Bouwde je zelf pensioenrechten op door een eigen carrière, zal op het moment dat je in pensioen gaat het overlevingspensioen opnieuw berekend worden. Jouw pensioen primeert dan, en kan worden aangevuld met een stuk overlevingspensioen. Je kan beide ontvangen tot een bepaalde grens.

Als langstlevende echtgenoot van een partner die vastbenoemd was als ambtenaar heb je tot slot ook recht op een begrafenisvergoeding. Die is gelijk aan het maandbedrag van het laatste rustpensioen, rekening houdend met een maximumbedrag.

Alleen na lange ziekte

Robert en Francine zijn allebei tachtigers. Francine heeft maar vier jaar gewerkt voor haar huwelijk, en is dan thuis gebleven om voor haar kinderen, en later haar ouders, te zorgen. Robert ontvangt een gezinspensioen. Wanneer Robert na een lange ziekte overlijdt, blijft Francine alleen achter. Ze ontvangt het overlevingspensioen. Dit komt in feite overeen met het pensioen van Robert berekend als alleenstaande.

De overgangsuitkering

Als je echtgenoot overlijdt en je bent jonger dan 46 jaar en zes maanden heb je recht op een overgangsuitkering. Deze uitkering wordt slechts gedurende twaalf maanden betaald als er geen kinderlast is. De duurtijd wordt opgetrokken naar 24 maanden als er wel een kinderlast is. De overgangsuitkering mag je onbeperkt combineren met alle andere vormen van inkomen. Het gaat om inkomens uit arbeid, sociale vergoedingen voor ziekte, invaliditeit, werkloosheid…

Het is mogelijk dat vanaf de pensioenleeftijd (vervroegd of gewoon) het recht op overlevingspensioen alsnog kan worden geopend.

Alleenstaande weduwnaar met twee kinderen

Bruno is 34 wanneer zijn echtgenote Josephine plots overlijdt. Hij blijft alleen achter met twee jonge kindjes. Gedurende twee jaar na het overlijden van Josephine ontvangt hij de overgangsuitkering. Ondertussen werkt hij parttime verder. Na twee jaar stopt de uitkering, en moet hij terug voltijds aan de slag. Dit is lang niet gemakkelijk als alleenstaande vader, maar hij moet wel om een voldoende hoog gezinsinkomen te hebben. Als Bruno later in pensioen kan gaan, zal worden bekeken of hij zijn eigen pensioen nog kan aanvullen met een stuk(je) overlevingspensioen.

Plaats een reactie